Centraal een oranje cirkel – zon, vrucht en kern – die lijkt te zweven tussen een intens geel bovenveld en een koele, bewogen blauwe ondergrond. De compositie is bestaat uit krassende lijnen (soldeerbout), verdikkingen (druivenprut) en open plekken.
Rond de centrale vorm verschijnen fragmentarische figuren en tekens, opgebouwd uit aardetinten (hout). Ze zijn speels en archaïsch, als sporen van een verhalende wereld die niet volledig wordt prijsgegeven. De interactie tussen verf, ondergrond en ingesloten materialen creëert een spanningsveld tussen controle en toeval, tussen figuratie en abstractie.
Het werk geeft lente en beweging: opkomst, groei en verandering weer. Tegelijk blijft het beeld open en uitnodigend tot eigen interpretatie.
Hout. Druivenprut. Acrylverf. Soldeerbout. Marum. 15×30 cm. 2026. Januari